“Ik werk nog maar twee dagen per week in mijn bv, dus mijn salaris kan ook wel naar 40%.”
Voor veel DGA’s klinkt dat heel logisch. Voor de Belastingdienst is dat niet automatisch het geval.
In 2026 bedraagt het normbedrag voor het gebruikelijk loon € 58.000. Maar het gebruikelijk loon wordt niet simpelweg bepaald door dit bedrag naar rato van het aantal gewerkte dagen te berekenen.
Het uitgangspunt is het loon dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van de werkzaamheden. Daarbij wordt gekeken naar onder andere het loon van een werknemer met de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het loon van de meestverdienende werknemer binnen de bv of een verbonden vennootschap.
Minder werken = minder loon?
Dat kan, maar je moet het kunnen onderbouwen. Een deeltijd-DGA kan onder omstandigheden een lager gebruikelijk loon hebben. Daarbij moet aannemelijk worden gemaakt dat het loon, rekening houdend met de omvang van de werkzaamheden, daadwerkelijk lager hoort te zijn.
Ook een DGA die richting pensioen gaat of zijn werkzaamheden afbouwt, kan dus niet automatisch zeggen: “Ik werk minder, dus mijn salaris gaat ook evenredig omlaag.”
Onze tip: niet zelf zomaar aanpassen
Een lager DGA-loon kan fiscale gevolgen hebben. Stel het daarom niet zomaar zelf vast. Zorg voor een goede onderbouwing en stem een afwijkend gebruikelijk loon bij twijfel vooraf af de Belastingdienst. Want wat voor de DGA heel logisch lijkt, hoeft dat voor de belastinginspecteur nog niet te zijn.
Van Berkel Werkt helpt je graag met de salarisadministratie en het correct verwerken van het DGA-loon. Bij een afwijkend of lager gebruikelijk loon is het belangrijk dat de onderbouwing op orde is.
