Het Belastingplan 2026 brengt verduidelijking in de fiscale regels rond de fiets van de zaak. In de praktijk bestond er onduidelijkheid over de vraag wanneer een fiets wel of niet leidt tot een bijtelling in de loonheffingen. De staatssecretaris heeft dit beantwoord in schriftelijke vragen, met name voor situaties zoals leasefietsen, hubfietsen en deelfietsen.
Wat was het knelpunt?
Sinds 2020 geldt dat een door de werkgever ter beschikking gestelde (elektrische) fiets die ook privé wordt gebruikt, belast kan zijn met een bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs op jaarbasis. Daarbij werd er vanuit gegaan dat een fiets voor privégebruik beschikbaar is zodra deze ook voor woon-werkverkeer beschikbaar staat. Hierdoor vielen bijvoorbeeld hubfietsen, ov-fietsen en deelfietsen soms toch onder deze bijtelling, ook als ze nauwelijks of niet bij de woning van de werknemer werden gestald. Rijksfinanciën
Wat verandert er in 2026?
Met het Belastingplan 2026 wordt deze regeling verduidelijkt en aangepast met de volgende belangrijke punten:
- Als een fiets zakelijk wordt gebruikt en niet meer dan bijkomstig (maximaal 10%) bij het woon- of verblijfadres van de werknemer wordt gestald, is er geen bijtelling van toepassing.
- Dit maakt duidelijk dat hubfietsen, deelfietsen, dienstfietsen en ov-fietsen die niet structureel thuis worden gestald vrijgesteld zijn van bijtelling.
- Deze verduidelijking geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020, de ingangsdatum van de huidige regeling. Salaris Vanmorgen
Praktische voorbeelden
✔️ De hubfiets op de route station–kantoor valt zonder discussie buiten de bijtelling, zolang deze niet structureel thuis wordt gestald.
✔️ Een dienstfiets die meerdere werknemers op de werkplek gebruiken is niet belast zolang deze niet significant bij de woning van één werknemer staat.
✔️ Leasefietsen of fietsen van de zaak die wél regelmatig thuis worden gestald, blijven onder de reguliere bijtellingsregels (7%). Rijksfinanciën
Belangrijk voor de praktijk
Werkgevers hoeven zich bij deze categorieën fietsen dus minder snel zorgen te maken over bijtelling — mits gewaarborgd kan worden dat de fiets niet meer dan bijkomstig thuis staat. Er bestaat ruimte om dit administratief vast te leggen, bijvoorbeeld in arbeidsvoorwaarden of via toegangs-/stallenormen. Let op: in situaties waarin een werknemer de fiets wel structureel thuis gebruikt, blijft de reguliere bijtelling van toepassing.
Wat betekent dit voor jou?
De verduidelijking in het Belastingplan 2026 biedt meer zekerheid en eenvoud bij de toepassing van de fietsregeling. Zeker voor organisaties die duurzame mobiliteit stimuleren met deel- of hubfietsen, kan dit financiële en administratieve voordelen bieden. Werk je met lease- of gewone fietsen van de zaak, zorg dan dat je de afspraken over het gebruik en stalling goed vastlegt, zodat je zeker weet wanneer wel of geen bijtelling van toepassing is.
Wil je meer lezen? Misschien vind je deze artikelen ook interessant:
Fiets naar je werk: goed voor je medewerkers én je organisatie
De voordelen van het fietsplan
