Oudere werknemers kunnen voor werkgevers financieel aantrekkelijk zijn door loonkostenvoordelen. Tegelijkertijd verandert de regelgeving rondom deze voordelen de komende jaren ingrijpend. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is al afgeschaft en vanaf 1 januari 2026 verandert ook het loonkostenvoordeel (LKV). Wat betekent dit concreet voor jou als werkgever?
Het LIV is al afgeschaft
Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is per 1 januari 2025 afgeschaft. Werkgevers hebben dit voordeel daarom voor het laatst in 2025 ontvangen over het jaar 2024. Met het wegvallen van het LIV verschuift de aandacht automatisch naar andere loonkostenvoordelen, zoals het loonkostenvoordeel (LKV). En op dat punt staat werkgevers een volgende wijziging te wachten: vanaf 1 januari 2026 wordt het ook LKV voor oudere werknemers afgeschaft.
Wat verandert er met het LKV per 1 januari 2026?
Vanaf 1 januari 2026 wordt het LKV voor oudere werknemers (56 jaar of ouder) afgeschaft. Voor werknemers die op of na 1 januari 2026 in dienst treden, kun je geen doelgroepverklaring oudere werknemer meer aanvragen. Als werkgever heb je dus geen recht meer op dit voordeel. Het moment van indiensttreding is daarbij doorslaggevend:
- Is een werknemer vóór 1 januari 2026 in dienst gekomen en voldoet hij of zij aan de voorwaarden? Dan kun je binnen drie maanden na de start van het dienstverband nog een doelgroepverklaring oudere werknemer aanvragen.
- Voor werknemers die vóór 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen, verandert er niets. Voor hen blijft het LKV voor oudere werknemers bestaan voor de maximale duur van drie jaar.
Oudere werknemers met een arbeidsbeperking
Valt een oudere werknemer ook onder de doelgroep arbeidsbeperkte werknemers en is het dienstverband gestart op of na 1 januari 2024? Dan vraag je geen doelgroepverklaring oudere werknemer aan, maar kies je voor de doelgroepverklaring arbeidsbeperkte werknemers. Dit loonkostenvoordeel blijft bestaan en wordt niet afgeschaft.
Het is daarom belangrijk om per werknemer goed te beoordelen welke doelgroep van toepassing is, omdat dit directe financiële gevolgen kan hebben.
Voorwaarden voor het LKV oudere werknemers
Een werknemer komt alleen in aanmerking voor het LKV oudere werknemers als aan alle voorwaarden wordt voldaan. De werknemer:
- werkt niet in een WSW-dienstverband of in een beschutte werkomgeving via de gemeente;
- is verzekerd voor de werknemersverzekeringen;
- is bij indiensttreding 56 jaar of ouder, maar heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt;
- heeft in de zes maanden voorafgaand aan indiensttreding niet bij de werkgever gewerkt.
Daarnaast moet de werknemer recht hebben (gehad) op één van de volgende uitkeringen:
- een WW- of IOW-uitkering;
- een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, Wajong of WAZ);
- begeleiding of hulp bij werk via de Wet Wajong;
- een faillissementsuitkering;
- een vergelijkbare uitkering uit de EU, EER of Zwitserland.
Het UWV controleert deze voorwaarden bij de aanvraag van de doelgroepverklaring.
Wat betekent dit voor jou?
Met het afschaffen van het LIV en het verdwijnen van het LKV voor oudere werknemers vanaf 2026 verandert het speelveld rondom loonkostenvoordelen aanzienlijk. Neem je oudere werknemers aan of sta je op het punt dit te doen, dan is het belangrijk om tijdig te beoordelen welke regelingen nog van toepassing zijn en welke stappen nodig zijn om hier gebruik van te maken.
We helpen je graag overzicht te krijgen in geldende en gewijzigde regelingen. Natuurlijk kunnen we je ondersteunen bij het aanvragen van de juiste doelgroepverklaring, zodat je geen voordelen misloopt die nog wél beschikbaar zijn. Neem gerust contact op, we horen graag van je.
Wil je meer lezen? Misschien vind je deze artikelen ook interessant:
Doorwerken na de pensioenleeftijd
Loonkloof krimpt, maar vrouwenberoepen nog altijd lager beloond